VOORWOORD

INHOUD

VOORWOORD

BOEK 1 REALISATIE
INLEIDING
1.1 LEVEND ZEN
1.2 LIED VAN VOL-LEDIGHEID
1.3 MEISTER ECKHART HIER EN NU

BOEK 2 VERNIEUWING
INLEIDING
2.1 DE BOODSCHAP
2.2 l’ORIGINALI
2.3 HEMEL OP AARDE

BOEK 3 INTEGRATIE
INLEIDING
3.1 STROOMSYSTEEM EN OPTIMALE VITALITEIT
3.2 GIDS VOOR ZELFINTEGRATIE
3.3 HEEL HET LEVEN
DE EENHEID MET JEZELF

BOEK 4 ACTIE
INLEIDING
4.1 ONTWAAKT!
4.2 HET GROTE LEERPROCES
4.3 HET LICHTENDE MIDDEN

De kern van dit boek is „JeZelf zijn in verbondenheid“. Wat in de verschillende hoofdstukken duidelijk wordt gemaakt is, dat als je werkelijk jeZelf bent je tegelijkertijd in direct contakt staat met je omgeving. Je heelwording omvat daarom zowel je lichaam als de aarde, jezelf alsook de samenleving, het Zelf zowel als het Goddelijke. Alle aspecten van dit leerproces worden hier beschreven. Het is een Weg: het dient ter bewustwording, inspiratie alsook als praktisch werkboek. Het is als een cyclus geschreven. Dit betekent, dat - afhankelijk waar je op dit moment „bent“ - overal kunt instappen, dat je daar kunt beginnen waar je je aangesproken voelt. Ben je maatschappelijk betrokken, dan kan het vierde boek de instap zijn. Van daaruit kun je stappen terug doen naar de eerdere hoofdstukken. Neemt Zelfrealisatie in je leven de belangrijkste plaats in, dan kun je beginnen bij het begin. Zit je in een fase van heelwording, dan zijn de hoofdstukken onder Integratie waarschijnlijk de meest zinvolle. Elk hoofdstuk verwijst echter naar een volgende, zodat al lezende van het een het ander komt. Zo kom je vanzelf achter de bedoeling van dit boek: de eenheid van Realisatie, Vernieuwing, Integratie en Actie. Het is een nieuwe definitie van spiritualiteit. Voor de ware Weg dienen zij alle vier (gelijktijdig) aanwezig te zijn.

Wie aldus te werk gaat, wordt de onderlinge relatie tussen de verschillende „stappen“ duidelijk. Realisatie als het „in bewuste aandacht zijn“ is meestal de eerste stap, noodzakelijkerwijs gevolgd door Vernieuwing en de aanpassing van het ego aan de nieuwe situatie. In plaats van het afgesneden-zijn staat het ego nu in dienst van het Zelf, wat tevens de noodzakelijke eerste stap is van Integratie. Dit is echter niet compleet, wanneer niet tegelijkertijd ook aan bewustwording, acceptatie en beleving van de talloze subpersoonlijkheden wordt gewerkt. De Actie tenslotte - onbaatzuchtige liefde, mededogen - is het „verlengde“ van alle bovenstaande stappen. In de praktijk vallen de genoemde vier kwaliteiten echter voortdurend samen. Wij worden dan mensen met „een Gezicht“. Het doel: „jeZelf-zijn in verbondenheid“ is tegelijkertijd de weg alsook het uitgangspunt. Het is de gemeenschappelijke noemer, de factor die alles verbindt.

Kom je tot je ware Zelf, dan is daarin alle inzicht, liefde en kracht besloten. In diepste zin weet je. Terwijl zich in de periferie van de persoon het biografische, de levensloop afspeelt, wordt in het wezenlijke het bovenpersoonlijke verwerkelijkt. Daar wordt „persoonlijke ervaring“ tot absolute subjectiviteit, de uitdrukking van de Werkelijkheid die daar achter ligt. Daarom zegt een meester: „als je tot inzicht bent gekomen, kan niemand je meer iets wijsmaken“. De paradox is dan, dat terwijl je weet, je je daardoor tegelijkertijd bewust wordt van de onwetendheid van je allerdaagse kleine ik. Je wordt een „onwetend wetende“. In deze zin moet ook het voorliggende geschrift worden opgevat. Het vormt een geheel, waarin de biografie van de schrijver ondergeschikt is aan de verwerkelijking van de wezenskern, waarbij de bovenpersoonlijke ervaringen garant staan voor het doen van uitspraken met algemene geldigheid. Wellicht ten overvloede om te zeggen, dat alles wat er in dit boek geschreven is, (direct) uit de eigen verwerkelijking en ervaring van de schrijver komt.

Terwijl „Het Verlichte Handelen“ als de eenheid van Realisatie, Vernieuwing, Integratie en Actie dus zeker wel een „universele claim“ heeft, zijn de specifieke methoden die deze weg ondersteunen en mogelijk maken voor ieder mens weer verschillend. Daarom: ondanks de „logische“ samenhang, zijn de hoofdstukken zoals in dit boek beschreven dus slechts voorbeelden uit vele mogelijkheden. Om het heldere overzicht te bewaren, moest heel bewust een keuze worden gemaakt. Bij de Realisatie is Zen bijvoorbeeld weliswaar een „directe weg naar Verlichting“, maar zou evengoed door elke andere discipline ingevuld kunnen worden. Methoden zijn slechts aanduidingen, een „boot naar de andere oever“, die zodra deze laatste „bereikt“ is, overbodig zijn geworden. Ook de Weg van „liefdevolle overgave“ 1) is uiteraard voor iedereen weer anders. Zelfs bij zeer fundamentele uitgangspunten - zoals het „geworteld zijn in hemel en aarde“ - is l’Originali niet de alleenzaligmakende weg. In het boek Vernieuwing wordt zij daarom slechts als een goede mogelijkheid en uitnodiging voorgesteld. Natuurlijk is de betrokkenheid van de schrijver in alle hoofdstukken voelbaar. Laat je daarom inspireren, maar doe zelf je keuzes in het leven. Dit geldt evenzeer voor de boeken drie en vier, waar het veelal om zeer praktische methoden en adviezen gaat.

Dat dit echter geen pleidooi is voor vrijblijvendheid, zal bij het lezen van dit boek duidelijk worden. Na de „persoonlijke groei“, het praten zonder doen waar het het milieu aangaat, de no-nonsense in de politiek en het rauwe eigenbelang in de economie, pleit de schrijver voor een drastische en totale OMMEKEER in alle sectoren van de maatschappij. Wat dan gemakkelijk als „moralistisch“ afgedaan kan worden, is in feite de noodzaak tot de stap die iedereen tegenwoordig zou moeten zetten, wil het leven voor ons nog een toekomst hebben: vanuit innerlijke vrijheid jezelf verbinden, doen wat je ten diepste voelt te moeten doen, in praktijk brengen wat je verkondigt. In het huidige dieptepunt van onwetendheid, zelfbetrokkenheid en onverschilligheid - dat overigens met veel mooie woorden kan worden toegedekt - is dit boek een gepassioneerd pleidooi voor de heelwording van zelf en samenleving als eenzelfde proces. Het helpt bij het overwinnen van veel weerstand en zelfgenoegzaamheid en het naar buiten treden uit de persoonlijke leefsfeer. De mens heeft zijn eigenlijke opdracht: het in harmonie-zijn met zijn omgeving vergeten. Als wij de wereld daarom niet opnieuw als de onze (die van bewustwording, integratie en duurzaamheid) „claimen“, zal zij - zoals nu dreigt te gebeuren - zeker door destructieve krachten worden opgeeist. Het verlichte handelen, de (geintegreerde) daadwerkelijke inzet is dus het criterium voor werkelijke bewustwording: „Aan de vruchten herkent men de boom“.

Het ontwortelde ik voert ons rechtstreeks naar de ondergang. Waar het geen voeling mee heeft - de grond van het bestaan - wordt datzelfde bestaan vernietigd. De exponent daarvan is de technologie. Bij afwezigheid van Zijn en verbondenheid is de maakbaarheid van het leven gekomen. Zo was de uitroep van Oppenheimer bij de ontploffing van de eerste atoombom: „Het werkt!“. De fascinatie voor de techniek heeft de leegte en zinloosheid van het bestaan opgevuld. Deze vervangende werkelijkheid heeft ons vervolgens op sleeptouw genomen op weg naar het einde. Kan het nog worden teruggeroepen? De Hippiebeweging met zijn romantisch verlangen naar terugkeer naar de natuur bleek onmachtig. In plaats van het „de verbeelding aan de macht“ annexeerde de macht de nieuwe verbeelding. De New Age heeft als zelfverslaving, ja als pseudo-spiritualiteit en schijnvertoning haar geeigende plaats in het technologische systeem ingenomen. Naast de manipulatie van onze omgeving door de technologie draagt de „innerlijke techniek“ zijn steentje bij tot een volledig geinstrumentaliseerd universum. De „maakbaarheid van het geluk“, de zelfmanipulatie en het creeren van de illusie heeft nog maar een opdracht, namelijk het breken van een mogelijke golf van weerstand door het propageren van een universele utopie 2). Reeds nu vertoont het echter alle tekenen van degeneratie en ontgoocheling. De nieuwe (laatste) kans die hierdoor ontstaat is, dat de mens - door het ervaren van de ondraaglijke pijn van zijn vervreemding - zich van de arrogantie van zijn almacht bevrijdt en zich alsnog integreert in het grote geheel - hemel en aarde - waarvan hij deel uitmaakt.

Wat in dit boek wordt voorgesteld kan een „laatste redmiddel“ zijn. Het minste wat wij daartoe doen kunnen, is - met de omgeving die wijzelf gecreeerd hebben als spiegel - iets over onszelf leren. De uitkomst daarvan kan dan opengelaten worden. In ieder geval is duidelijk, dat visie alleen niet voldoende is. Zij dient gevolgd te worden door concrete levenspraktijk en een strategie om de vervreemding op te heffen: een scholingsweg die tot de wortels gaat. Zodat wellicht de technologie toch nog een plaats in ons leven kan krijgen in plaats van andersom. Dit boek is een uitnodiging daartoe. Of in de woorden van de computerdeskundige (!) Joseph Weizenbaum: „de geldende regel zegt dat de redding van de wereld ervan afhangt of wij anderen tot de juiste gedachten kunnen bekeren. Die regel is vals. De redding van de wereld is alleen afhankelijk van het individu wiens wereld het is. Elk individu moet zo handelen alsof de hele toekomst van de wereld, van de mensheid zelf, van hem afhankelijk is. Alles wat minder is, is een zich onttrekken aan zijn verantwoordelijkheid en is in zichzelf een dehumaniserende kracht, omdat al dat mindere het individu ertoe brengt om zichzelf te zien als alleen maar een acteur in een drama dat is geschreven door anonieme figuren, als minder dan een complete persoon, en dat is het begin van passiviteit en doelloosheid“ 2).

1) Zie hoofdstuk 1.2 Lied van Vol-Ledigheid.

2) Jaap Breeveld „De risico’s van het denken“. Het treffen tussen Indiaanse spiritualiteit en techniek. 1992 Stichting ReRun Produkties, Uitgeverij Jan van Arkel.

Terug

  1995 Copyright Han Marie Stiekema. Alle rechten voorbehouden.
Last revising: 12/09/04