Hoofdstuk 4. Heb jezelf lief:
Emotionele zelf-integratie (ESI)

English Stress, burn-out and regeneration

1.
Stress, burn-out en regeneratie
Inleiding
Wat is stress?
Oorzaken van stress
De dynamiek van stress
Verschijnselen van stress
Uw antwoord
Behandeling

2.
METAsynthese

3.
Initiatische Zijnstherapie
Inleiding
Probleemstelling
De cliënt
De therapeut
De methode
Nawoord
Literatuur

4.
Heb jezelf lief:
Emotionele zelf-integratie

English Emotional self-integration

5.
Psychopathologie
van
de spiritualiteit

6.
De zelfverslaafde samenleving

7.
Links

1. In deze tijd waarin veel uit elkaar valt, desintegreert, zijn zelfinzicht en zelfmanagement belangrijker dan ooit. In de eerste plaats is er het gewaarzijn, je onzichtbare en ongrijpbare Zelf. Het is je innerlijke Ruimte waarin alles zich afspeelt. Het is het water, terwijl je psyche (gedachten, dromen, beelden, verlangens, herinneringen, emoties, commentaar, ideeën en oordelen) de vissen zijn, de inhoud van je aquarium. Gewaarzijn betekent „eenvoudigweg" waarnemen, helder-zijn vanuit een „punt" buiten je psyche. Alles gaat door je heen, terwijl je er ten diepste niet door beroerd wordt. De paradox is deze: hoe meer je „een stap terug" doet, hoe meer er „voor je" vrij komt. „Er achter komen" betekende oorspronkelijk dan ook letterlijk „achter jezelf komen". Hoe groter je innerlijke afstand ten opzichte van de „levensstroom" - gedachten, emoties en verlangens - des te meer ruimte deze heeft, des te meer deze „zijn eigen gang kan gaan", hoe meer je dus van de „dans van het universum" geniet. Het is als een moeder die haar kind dat in de zandbak speelt, gadeslaat. Zonder er tussen te komen is zij bewust van het spel van haar kind, zij heeft het, zonder te controleren, onder controle.

2. Echter, dit is slechts een deel van het verhaal. Het probleem is, dat niet alles van de psyche voortdurend vrijelijk door je heen stroomt. Er blijken regelmatig „hindernissen" te zijn. Al te vaak word je geconfronteerd met „problemen", moeilijkheden, stress en angsten. Niet altijd gaan de dingen zo soepel als je zou wensen. Waarom? Omdat je kleine zelf op een kasteel lijkt met een (hoge) muur tussen je geaccepteerde en niet-geaccepteerde delen. In het verleden onderdrukte (ontkende, verwierp) je al die ervaringen, die op dat moment te pijnlijk waren om toe te laten. Vandaar dat je identiteit het resultaat is van een filteringsproces. Wat je bent, degene die je denkt te zijn, je kleine zelf, is de uitkomst (het „overblijfsel") van een proces van buitensluiting, van (onbewuste) acceptatie en niet-acceptatie. In feite is iedereen een gespleten persoonlijkheid. Binnen de muren van je kasteel leeft het „ik", terwijl erbuiten het „niet-ik" zich ophoudt. Echter, eens waren deze niet-geaccepteerde delen ook deel van het geheel, vandaar dat zij nog steeds op je deur kloppen, in een „wanhopige" poging er alsnog bij te mogen horen. Zij zijn je onwelkome „negatieve" stoorzenders, je innerlijke stiefkinderen, wachtend op je liefhebbende welkom en omhelzing.

je bent het product van buitensluiting

3. Het is van het allergrootste belang jezelf alsnog te openen voor deze „innerlijk verworpenen". Om verschillende goede redenen. In de eerste plaats zijn het delen van jezelf, ze behoren gewoon deel van je uit te maken. Aangezien ze nooit zullen opgeven (erbij te willen horen) kun je niet verhinderen, dat er „stoorzenders" in je zijn. Ondanks alle moeite jezelf onder controle te houden, zal „negativiteit" keer op keer weer het „spel bederven". Als het zich niet direct uit, dan indirect als lichamelijke klacht of ziekte. Bovendien heb je, als gevolg van het (onbewuste) onderdrukken heel wat levensgebieden buitengesloten, dat zij ontoegankelijk zijn geworden voor geluk, vernieuwing, effectiviteit en een vruchtbare relatie met je omgeving. Met het buitenhouden is een groot deel van je dagelijkse energie gemoeid. Een belangrijk deel van je stress, vermoeidheid en burnout is er op terug te voeren. Ten derde is er, zonder dat je je bewust opent voor je onderdrukte delen, geen innerlijke groei. Innerlijke groei is het voortdurende openstaan, „binnenhalen" en integreren van het onbekende in het bekende. Wat is immers de lol van alleen maar in het bekende leven? Al heel gauw zal het je vervelen. Vandaar dat mensen voortdurend naar „nieuwe dingen" - shopping, afleiding, vacantie, nieuwe relaties, computerspelletjes - uitkijken. Omdat alles echter uitsluitend aan de buitenkant blijft (onwetend en te bang om zichzelf voor het onbekende in zichzelf te ontsluiten), geven deze escapaden zelden voldoening. Vandaar dat je voortdurend meer (van hetzelfde) nodig hebt. Hebben is het onvermogen tot Zijn. Je blijft verlangen naar dingen terwijl je ze nooit echt „bereikt". Het is het mechanisme van het huidige collectieve verslavingspatroon.

4. Hoe anders is je innerlijke proces. De paradox is deze: hoe meer je bewust! je „negativiteit" verwelkomt, des te „positiever" je wordt. Het is het geheim van innerlijke alchemie. Het is totaal tegengesteld aan „positief denken". Dat is gewoon het oude toelaten („ik") - verwerpen („niet-ik") spelletje! Onbewust gaat men door met het versterken van de innerlijke muur tegen zichzelf. Terwijl men met zijn „positiviteit" te koop loopt („straalt") en anderen beleert hoe „spiritueel" te zijn, hoopt de „negativiteit" zich van binnen op. Hoeveel energie dit wel niet kost. Deze mensen zijn in hun eigen val gelopen, zij zijn het slachtoffer van onwetendheid. In de werkelijkheid zijn „positiviteit" en „negativiteit" complementaire delen van het zelf. Onderdrukken van de een ten gunste van de ander is dus een doodlopende weg. Word je daarentegen bewust, dan word je de waarnemer van beiden. Door een „stapje terug te doen", sta je beiden toe deel van je innerlijke ruimte te zijn. Zonder dat zij jou „beroeren", geef je ze de ruimte om hun spel te spelen. Tegelijk met het groeien van helder inzicht, kracht en mededogen, komen er voortdurend waardevolle ervaringen, inzichten en informatie in je vrij. Vanaf het moment, dat het „negatieve" dan opnieuw deel van het Zelf wordt - door gewaarzijn, (h)erkenning, aanvaarding en „liefdevolle omarming" - verliest het zijn „negatieve" karakter, terwijl zijn energie ten goede komt aan het geheel.

5. In je Spirituele praktijk van „Hemel en aarde" vond je je Hart, het Centrum waar „Hemel" en aarde elkaar ontmoeten. De volgende stap is nu het werken aan de integratie van je psyche, je kleine zelf. Dat kleine zelf is gewoonlijk verward, chaotisch, zonder innerlijke controle. Bovendien blijkt het sterker dan je Zelf, vandaar dat je dat laatste daarom ook niet kent!. Je bent een slaaf van alle mogelijke verschillende impulsen. NB. Hoewel je zegt „ik denk", kun je beter zeggen „ik word gedacht". Dat is dichter bij de waarheid. Niet voor niets zegt het Nederlands „ik ben IN gedachten". De gedachten zijn sterker dan jijzelf, je bent erdoor op sleeptouw genomen. Bewuste integratie is nodig om al die verschillende impulsen „op een rijtje te krijgen". Om twee dingen in balans te brengen, heb je echter een derde nodig (denk aan een weegschaal). Zo ook bij jezelf. Om al die verschillende delen van jezelf „op orde" te krijgen, beschik je over gewaarzijn en je reflectie (innerlijke commentaar). Met behulp daarvan, blijkt het jezelf in harmonie brengen verrassend eenvoudig.

6. In feite, door gewaar te zijn, in je Hart te zijn, ben je reeds in balans. Door het geworteld-zijn in „Hemel" en aarde ben je immers in je Centrum gekomen, van waaruit je naar je periferie - gedachten, emoties en verlangens - kunt kijken. Daarvoor leefde je zelf aan je periferie (buitenkant), vandaar dat je gedachten je „binnenste" leken te zijn. Nu je echter zelf de stap van de buitenkant naar je Centrum hebt gemaakt, spelen je processen zich in plaats van „binnenin" aan de buitenkant af. Vandaar dat in meditatie, bij het naar binnen gaan, je gedachten, de buitenste kant, de eerste zijn die verdwijnen. Leef je eenmaal confortabel naar, in en vanuit je Centrum is het „beheersen van de cycloon" eerder spel dan inspanning.

je buitenste binnen keren

7. Het eerste principe is dit: probeer niet jezelf te veranderen. Door jezelf te willen veranderen, zet je het ene deel van jezelf op tegen het andere. Een (dominant) deel is ontevreden over het andere, gewoonlijk het tegengestelde. Bijvoorbeeld heeft de „drammer" in jezelf een grondige hekel aan de „nietsnut" en zal daarom trachten dit „storende" element een heropvoeding te geven. Echter, voortzetting van je innerlijke conflikt(en) was niet echt waar je op zat te wachten. Immers, was dit niet je lijden vanaf het allereerste begin? Onmiddellijk na je geboorte (of zelfs daarvoor) hadden je ouders een verwachting over „wat je zou worden". Je moet altijd iemand anders worden. Niet wat je bent dus, maar hoe zij hopen „dat je wordt", wordt vanaf het allereerste begin in je ingegrift. In feite worden zeer weinig kinderen geaccepteerd zoals zij zijn. Het is een van de knooppunten in je latere lijden.

wees wat je niet mocht zijn

8. De reden waarom ik dus tegen „verandering" ben, is dat het niet de weg van heelheid is. De ambitie om jezelf te veranderen, maakt het probleem alleen nog maar groter. Mensen die zichzelf willen veranderen, hebben gebrek aan zelf-acceptatie, het enige dat genezing kan bewerkstelligen. Stop daarom bijvoorbeeld je „spirituele" strijd tegen het „ego", een van de meest populaire zelf-martelingen van tegenwoordig. Bevrijd jezelf van dit „spiritueel" idealisme, dat in feite een nieuw zondebesef - „oude wijn in nieuwe zakken" - een verkapte zelfafwijzing cq (fanatieke) zelf-haat is. Nee, heelworden is het jezelf openen voor al die delen, die om welke reden dan ook buitengesloten werden: je angst, pijn, woede tegelijk met (of als gevolg van) alle mogelijke vroegkinderlijke conclusies, die vanaf dat moment je leven (onbewust) domineerden. Vanaf het moment, dat je jezelf bewust en liefhebbend aanvaardt, veranderen er talloze dingen op wonderbaarlijke wijze vanzelf.

9. Het tweede principe in je zelf-genezing is het beschouwen van al je „stoorzenders", problemen, emoties, conflikten, obscessies en lijden niet als JEZELF, maar als DELEN van jezelf, die ooit - meestal aan het begin van je leven - zijn ontkent, buitengesloten, verworpen of onderdrukt. Het is een grote opluchting te beseffen, dat je je „negativiteit" niet bent - met alle gevolgen van dien: schuldgevoel, minderwaardigheidscomplex, zelfbetrokkenheid, „spirituele" ambitie - maar dat zij slechts delen van je zijn. Je hebt ze, maar je bent ze niet. Nu ze op deze manier niet meer zo op je drukken, kun je er beter mee omgaan. Als kind kon je ze niet hanteren, meestal vanwege het (gevoelde) te grote risiko om ze te uiten, te tonen of zelfs maar te voelen. Als kind (baby) ben je volkomen hulpeloos, immers je voortbestaan hangt totaal van je omgeving (ouders) af. Ieder risiko is daarom een kwestie van overleven. Echter nu dat niet meer het geval is, kun je beginnen ervoor open te staan.

10. Principe nummer drie is het bevestigen van de emotie. „Okee, dit deel van mij is geirriteerd". De (h)erkenning van het feit, daar gaat het om. Gewoonlijk reageren je reflexen automatisch op iedere onwelkome emotie, nog voordat hij is opgekomen. Je bent je er niet bewust van en toch gebeurt dit honderden keren per dag. Dit „er onder houden" kost je onnoemelijk veel energie. Daarom is een simpele „affirmatie" een grote opluchting. Komt er een lichamelijke reactie bij (zucht), betekent dat, dat de emotie inderdaad erg diep zat (zit).

11. De vierde stap is de emotie de ruimte geven die zij nodig heeft. Je doet dit door jezelf een tijdje bewust met de emotie te identificeren. Is er een irritatie, dan - nadat je het herkend hebt als deel van jezelf - word je deze. Dus: „Wat is Jan toch een rotzak. Gisteren beloofde hij mij het weer en nog heeft hij het niet gedaan. En ik had het hem nog zo gezegd. Hij deugt eigenlijk nergens voor". Een tijdje lang (5-15 minuten) laat je het deel praten, terwijl je je er totaal mee vereenzelvigt. Je zult verbaasd staan. Veel delen hebben (jou) ongelooflijk veel te vertellen. Om ze de volle ruimte te geven, dat wil zeggen ook de „bijbehorende" emotie toe te laten, is niet altijd even gemakkelijk. Echter als je de behoefte voelt te huilen, te krijsen, te schreeuwen, te bewegen of het „kussen te wurgen", huil, krijs, schreeuw, beweeg of wurg je dus het kussen, terwijl je deze tegelijkertijd gadeslaat.

12. Het vijfde principe. Cruciaal daarbij is, dat je in deze fase je emotie een sprong laat maken van het heden naar het verleden. Ben je kwaad op je vrouw, vervang je haar beeld door dat van bijvoorbeeld je moeder (tante, buurvrouw, lerares) terwijl je jezelf weer als het (hele) kleine kind voelt en ziet. Voel je pijn, dat is het dat kleine kind (dat je eens was) dat nu deze pijn voelt. En vergis je niet, emoties uit die tijd zijn niet „op kindermaat gesneden". Integendeel, zij zijn meestal furieus en ongeremd. Wees dat kind van toen helemaal, terwijl, en dat is belangrijk, je er tegelijkertijd naar blijft kijken. Je laat je helemaal gaan, terwijl je jezelf toch onder controle hebt.

je kunt pas loslaten wat je eerst toegelaten hebt

13. Het zesde principe is het uiten van de emotie wanneer deze opkomt. In het dagelijks leven kan dit soms een moeilijk punt zijn. Immers, je bent meestal bezig, al of niet in gezelschap van anderen. De reden is, dat alleen in dit spontane moment je systeem erop ingesteld is de emotie te uiten. Daarom werkt alleen in dit moment alles mee om er bewust van te worden. Niet wachten tot later, de avond of het weekend, wanneer je „meer tijd" hebt dus. Een manier om het te hanteren is jezelf te excuseren en naar een ander vertrek te gaan om daar ruimte te geven aan dit deel van jezelf, het te laten praten, huilen of kwaad laten zijn. Je doet het overigens altijd alleen. In al deze fasen (1 t/m 8) betrek je er NOOIT een ander bij.

14. Stap nummer zeven is het teruggaan van je vereenzelviging met het deel naar je „bewuste ik", je reflectie. NB. Alleen wanneer je in de vorige fase alle ruimte aan de emotie hebt gegeven. Reflectie komt altijd na de ervaring! Je hebt dus nu je innerlijke positie veranderd van het deel naar het „geheel". Van hieruit kijk je nu naar dat deel, je reflecteert over wat zoëven nog gebeurde. Omdat je je nu in een „andere ruimte" bevindt - en de emotie bovendien verleden tijd is - blijkt er een innerlijke afstand, een distantie te bestaan tussen jezelf en het deel. Je kunt het nu overzien. Daarvoor was je (geidentificeerd met) de pijn, terwijl jij nu „hier" bent en de pijn „daar". Je blijkt nu goed in staat om de betekenis van het gebeurde te begrijpen, te interpreteren, becommentarieren en te beoordelen. Je herkent bijvoorbeeld die pijn, de angst of de woede uit het verleden. Je ziet in, dat zij toendertijd te pijnlijk waren om geintegreerd te worden. Soms is er een geweldig inzicht („doorbraak"), zie je het verband tussen veel meer dingen. Vaak zijn het vroegkinderlijke conclusies die eraan ten grondslag lagen. „Ze hielden niet van mij", „ik moet overleven", „voelen is gevaarlijk", „ik heb nergens controle op", „ze hebben mij erin laten lopen", „je kunt niemand vertrouwen", „ik heb met niemand contakt" of „niks aan de hand" zijn vaak de conditionerende momenten voor het gehele latere leven. Ze alsnog (h)erkennen is een bevrijding uit je innerlijke benauwenis.

15. De achtste stap is het „omhelzen". Na de emotie de ruimte gegeven te hebben, met de reflectie die erop volgde, verwelkom je deze nu als een deel van jezelf, het thuisgekomen kind („verloren zoon"). Dit speciale kind dat zoveel leed, omdat het een leven lang geen deel van het geheel mocht zijn! Belangrijk daarbij is, dat de emotie „fysiek" omarmd wordt, bijvoorbeeld door jezelf te visualiseren als een moeder die een kind omarmt dat kwijtgeraakt was. Druk het (gevisualiseerde „kind") aan je borst, voel het aan je levende Hart. Vier de thuiskomst uitvoerig. En dit keer op keer weer! Het wonder is dit: vanaf het moment, dat je je innerlijke kinderen liefdevol aanvaardt, verliezen deze - stap voor stap - hun „negatieve" karakter. Het is als het schreeuwende kind, dat onmiddellijk bedaart vanaf het moment dat moeder het op schoot neemt. En „last but not least", door jezelf lief te hebben, word je je vroeger of later bewust van de Bron van die liefde: je Zelf. Verwijl vervolgens een tijdje in die Bron.

I am in love with my Self
my Self is in love with all and everything

16. Tot slot. Chronische ziekte is vaak innig verweven met je dominante psychische patroon, je „ik". Het advies „wees degene die je nooit mocht zijn" kan daarom vaak wonderen doen. Door in de „tegenovergestelde pool te gaan zitten", alles op zijn kop te zetten - alle heimelijke wensen en verlangens, dingen waar je als kind van droomde of je gefrustreerde idealen daadwerkelijk te gaan uitvoeren - onttrek je plotseling de bestaande psychische voeding aan de ziekte, waardoor deze op slag kan verdwijnen. NB. Acteurs, mensen die vaak van rol verwisselen, worden doorgaans erg oud. Maar ook als er geen ernstige verschijnselen zijn, zijn emoties vaak sterk aan het lichaam gebonden. Voel je deze bijvoorbeeld in je maag, dan leg je hand op dat deel en blijf je het voelen zolang je de bovenstaande oefening (1 t/m 8) doet. Betrek het lichaamsdeel samen met je emotie in je uiteindelijke „omarming". Of na de oefening voel je misschien de behoefte te schilderen, het creatieve uitbeelden van je ervaring. Of zou je iemand erover willen vertellen of zelfs een rollenspel willen doen. Doe als je wilt, maar alleen na het afsluiten van de laatste stap. Om projectie te voorkomen, is het verstandig je ervaringen eerst met een (empathische) neutrale persoon te delen. Pas daarna met je partner.

Samenvatting: ESI is de creatieve interactie tussen het gewaarzijn, je reflectie en de talloze delen van het kleine zelf. Het proces is de uitkomst: een bewust levende, liefdevolle, aanvaardende, flexibele,
creatieve, gezonde en gelukkige mens: JIJZELF.

TERUG

Disclaimer
As a condition of use of the welcome.to/initiationtherapy site, the user agrees to indemnify welcome.to/initiationtherapy and her publisher from and against any liabilities, expenses (including attorney's fees) and damages arising out of claims resulting from user's use of this welcome.to/initiationtherapy site.

The Great Learning/Levensschool Gratis Zelfstudie Leerpakket is uitsluitend voor persoonlijk gebruik. Het mag niet worden aangewend voor geldelijk gewin, commerciële doeleinden, uitgaven of publicaties. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaargemaakt door middel van druk, opslag, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

© 2000-2001 Copyright by Han Marie Stiekema
Last update: 12/05/04